Een steen op uw grond? (feb 2003)
Wist u dat de oude Grieken het woord hypotheek al kenden? En dat de Romeinen hun familieleden in onderpand gaven bij een lening? De notaris duikt in de geschiedenis.
Een transactie waarbij bank, cliënt en notaris elkaar tegenkomen, is de hypotheek. De client heeft geld nodig. Voor de aankoop van een huis, de verbouwing van een winkel, de uitbreiding van een bedrijf. De bank maakt er z'n bedrijf van om dat geld te verschaffen. Met een lening of een krediet. Dat geld krijgt de bank beschikbaar gesteld door de spaarders. Al die spaarders vinden het natuurlijk heel prettig als dat geld door de bank zo belegd wordt, dat het een veilige investering vormt. Eentje dus waarbij het redelijk zeker is dat de debiteur de rente en aflossing op tijd betaalt. Dat moet wel, want de bank moet aan het eind van de maand of het jaar ook weer de rente aan de spaarders betalen.
De bank zit daarbij natuurlijk in de moeilijkste positie. Het uitlenen van geld is een eenmalige handeling. Die ? 100.000,-- die de cliënt nodig heeft, maakt de bank ineens over. Maar het duurt misschien wel 20 jaar voordat de cliënt de schuld tot 0 heeft teruggebracht. En de bank elk jaar maar weer hopen dat elke cliënt keurig op tijd betaalt.
Maar de bank heeft mogelijkheden om zichzelf een stevige positie te bezorgen. Elke schuldeiser die geld heeft uitgeleend, heeft trouwens zo'n mogelijkheid. Maar 't gebeurt, zeker in familieverband, nogal eens dat geld wordt uitgeleend zonder zekerheid. Of dat zo verstandig is, is een tweede, maar daar kunnen we 't misschien een andere keer over hebben.
Hoe het ook zij: als de bank u geld leent, wil de bank zekerheid hebben, bij voorkeur in de vorm van een claim op uw huis, land of bedrijfsgebouw, want die zijn onroerend en lopen dus niet weg. Zij vormen een degelijke zekerheid. Zo'n degelijke zekerheid heet hypotheek.
Nu moet u niet denken dat uw bank of de Nederlandse wetgever dat heeft uitgevonden. Hypotheek is zo oud als de weg naar Rome, eigenlijk nog wat ouder want de Griekse staatsman en redenaar Demosthenes, die leefde in de vierde eeuw voor Christus, schreef er al over. Dat ging toen zo: je leende geld van iemand en dan werd op je grond een steen geplaatst waarop het bedrag van je schuld stond aangegeven. Het stuk grond werd als het ware onder de steen geplaatst: 'onderzetting' of in het Grieks '....'hypotheke'. Kennelijk lieten de Grieken zo'n steen keurig liggen.
In het voor-klassieke Rome ging 't iets minder beschaafd toe. Als je geld had geleend, gaf je aan de schuldeiser een persoon in pand. Die werd dan in een kerker gestopt tot de schuld was afgelost. Als de debiteur in gebreke was, kon de schuldeiser met zijn 'pand' doen wat hij wilde. Deze werd dan als slaaf verkocht en de opbrengst was dan voor de schuldeiser. Gelukkig is dat nu anders geregeld!